De Pestenmelder stopt pesten onmiddellijk

De Pestenmelder

De Pestenmelder legt de pesterij vast en laat dit ook onmiddellijk stoppen
Vul de vragenlijst in. Wie doet wat, waar en wanneer?

In november 2015 opende ik de Pestenmelder, inmiddels zijn er al ruim 70 meldingen gedaan. In 20 gevallen heeft men zich teruggetrokken terwijl alle overigen binnen twee dagen definitief zijn gestopt. Op de Pestenmelder kunnen pesterijen online gemeld worden waarna ik, met toestemming van de ouders van de gepeste, een brief stuur naar de ouders van de pester. Aan de hand van de Pestenmelder laat ik dan zien wat hun kind werkelijk doet. Want pesters, maar ook de school, vertellen dat de ouders niet.

 

Ga direct naar het invulformulier

 

Ouders zijn aansprakelijk

 

Ik vraag de ouders om hulp om de pesterij te stoppen. En dat werkt héél goed want ook ouders van pesters zijn tegen pesten. En al helemaal als ik zeg dat zij aansprakelijk zijn voor de schade die hun kind veroorzaakt met dat pesten. De ouders tonen hun gezag en de kwestie wordt geruisloos opgelost. Het kind blijft leider van de peergroup en zorgt dat de meelopers ook stoppen met pesten.

 

Pestbriefje?!!!

Vraag het gepeste kind een vragenlijst in te vullen over de pesterij en vraag de pester om, aan de hand van die vragenlijst, zelf ook een vragenlijst in te vullen. Leg beide vragenlijsten voor aan de ouders zodat zij weten wat hun kind aanricht/overkomt. Vraag ouders van de pester het gedrag van hun kind te corrigeren en gebruik de ‘Pauzekaart’ om het gecorrigeerde gedrag te controleren. Op deze wijze worden pesterijen in één dag definitief gestopt. Dit bij elkaar heet ‘Het Pestbriefje’. De online-versie, de Pestenmelder, is gemaakt om pesterijen op een eenvoudige manier onmiddellijk te stoppen zonder tussenkomst van de school. Het gaat tenslotte om uw kind. Natuurlijk zijn er ouders die vinden dat hun kind ‘niets doet’, maar dit duurt maar héél even. Er is dan ook geen enkele reden om over deze aanpak ongerust te worden. Wat voorop staat is de bescherming van het slachtoffer, pas daarna komt de bescherming van de dader.

 

Waarom wordt er gepest?

Er zijn verschillende opvattingen over het ontstaan van pesten, de koplopers hierin zijn verzonnen door de wetenschappers. Het is begonnen met Olweus die zei dat gepeste kinderen ‘anders’ zijn of doen. Aanpassing aan de meerderheid zou de pesterij stoppen. Natuurlijk bleek dit niet waar te zijn omdat alle kinderen ‘anders’ zijn terwijl niet alle kinderen gepest worden. Toen zei men dat gepeste kinderen niet assertief zijn en daarom op cursus moeten, maar ook dit bleek niet te werken. Vervolgens kwamen er Sociale Vaardigheidstrainingen voor de slachtoffers. Daarna kwamen de weerbaarheidstrainingen en omdat die ook niet werkten werd het groepsproces bedacht.

 

Zien pesten doet pesten!

Dat is wat de wetenschappers moeten hebben verzonnen. Maar dat is natuurlijk ook niet waar. Nee, het lijkt vooral te liggen in de psychologische ontwikkeling. Gepeste kinderen zijn over het algemeen ‘slimmer’ dan pesters. Het zou best mogelijk kunnen zijn dat gepeste kinderen de anderen ver vooruit zijn! Doen zij niets terug omdat zij vinden dat de volwassenen, de juf/meester, hen moet beschermen? Zoals we dat zien bij kinderen onder de acht, of zien zij in dat verzet tegen de pester de zaak erger maakt. Als dat zo is dan zien we een heel volwassen aanpak. Het zou de wetenschap sieren om de oorzaak van pesten te onderzoeken en niet de gevolgen daarvan. behalve dit moeten we ons ook realiseren dat onderzoek naar pesten niet altijd objectief is. Want veel onderzoekers hebben zelf een pestverleden.

 

Weerloos?

Gepeste kinderen zijn namelijk niet weerloos maar kiezen daar juist voor. Ze meppen niet terug maar proberen het te bespreken, een volwassen aanpak dus. Hieraan zien we hoe belangrijk de Pestenmelder is. Helaas is de pester nog ver weg van volwassen gedrag zodat een aanpak met praten en lief zijn voor elkaar helaas niet werkt. Kinderen die pesten doen dat om zich vrij te vechten van de aansturing/bescherming door volwassenen. Zij voelen zich superieur, denken alles beter te weten, reageren stoïcijns, geven anderen de schuld, liegen, bedriegen en manipuleren. En dat alles komt omdat de rem op het gedrag, de prefrontale cortex, nog onvoldoende ontwikkeld is. Pestende kinderen kennen (nog) geen empathie, respect en verband tussen eigen handelen en de gevolgen daarvan. Ze schelden, schoppen of slaan zonder te begrijpen welke gevolgen dat kan hebben. En omdat het dan nog een paar jaar kan duren voor ze dat wel begrijpen zien we hoe zinloos anti pesten methodes zijn.

 

Één op de tien

Slechts één op de tien kinderen vertoont pestgedrag en slechts één op de tien is de pineut en dat maakt de bewering dat pesten een groepsproces is ongeloofwaardig. Het suggereert ook dat er in elke groep gepest zal worden, maar dit geldt dan weer niet voor de groepen 1, 2, 3 en 4. En ook niet voor de groepen in de midden- en bovenbouw van het voortgezet onderwijs. En in de groepen met verschillende leeftijden, zoals op het Montessori, Dalton en Jenaplan wordt zelfs 50% minder gepest.
Als we van een pesterij horen dan gaat het om een leider en meelopers die tezamen slechts één doelwit hebben. In een klas met 20 leerlingen gaat het dan om hooguit 2 kinderen, dus voor 90% van de kinderen geldt de opvatting van het groepsproces niet. Maar hoe zit dat nou met de pesters? Hebben die dan niks met de oorzaak te maken? Volgens de wetenschap niet want er is niet één methode ontwikkeld die pestende kinderen corrigeert.

 

De oorzaak van pesten

Mijn opvatting dat pesten wordt veroorzaakt door de ontwikkeling van ons brein noemt de wetenschap: ‘idiosyncratisch’ (‘een eigen, afwijkende opvatting’). Terwijl dit voortkomt uit de onderzoeken van prof. Loevinger en prof. Westenberg. De wijze waarop het brein van deze kinderen werkt is treffend bezongen in het lied “Op een mooie pinksterdag”. Kent u het nog? “Vader is de baas, vader is een duidelijke mengeling van ‘Onze Lieve Heer’ en sinterklaas. Lief hé? Maar dan: “Vader is een hypocriet, vader is een nul! Het kind kan hier niets aan doen. Het maakt deel uit van de psychologische volwassenwording zoals dit door prof. Westenberg is beschreven. Het kind verzet zich tegen de aansturing en bescherming door de volwassenen. Bij 10% van de kinderen gaat dit gepaard met probleemgedrag dat zich kan uiten in pesten. Zie: Pesten, hoe komt dat nou?

 

Plan van Aanpak bij pesten

Staatssecretaris Dekker riep op tot een Plan van Aanpak om de ernstige gevolgen van pesten te voorkomen. De uitvoer van dat plan werd gedaan door de groep die in de afgelopen dertig jaar daarin helemaal NIETS heeft bereikt, namelijk: de wetenschap! Immers, als zij wel een bijdrage hadden geleverd dan zou er geen probleem van deze omvang zijn. De uit wetenschappers samengestelde beoordelingscommissie heeft, op een bijna corrupte wijze, alleen de ‘eigen’ methodes goedgekeurd. Dit tot grote ontsteltenis van de politiek en van de Raad voor het PO/VO. Dit had tot gevolg dat de scholen zelf mochten beslissen hoe ze het pesten wilde aanpakken. Scholen krijgen allerlei vormen van leerlingsondersteuning behalve bij het levensbedreigende pesten, daar mogen ze zelf wat mee aanmodderen.

 

Wat doen ze?

Scholen roepen altijd wat ze allemaal doen om pesten te voorkomen terwijl het voorkomen van pesten onmogelijk is. Het bewijs daarvoor is heel eenvoudig want: pesten gebeurt stiekem! De pester weet dus dat het niet mag maar doet dit stiekem toch. Pesten is dan ook géén bewuste keuze van het kind. Vergelijk dit met de pubertijd, ook dat kan soms heel problematisch verlopen maar je kunt het onmogelijk voorkomen. Omdat pesten ontstaat uit de overtuiging macht over iemand te hebben, kan dit alléén gestopt worden met ‘overmacht’. Als de juf dit probeert zal de pester zeggen: “Je bent m’n moeder niet!” en vice versa zegt de juf: ‘Het is mijn kind niet!”

 

Raadselachtig

Het is raadselachtig dat pesterijen door scholen aangepakt moeten worden. Het inschakelen van de ouders van de pester is véél effectiever en het brengt de relatie tussen leerling en leerkracht niet in gevaar. Behalve dit wordt op de manier voorkomen dat de pesterij zich buiten de school voortzet. Een adviserende- en begeleidende rol van de school zou véél effectiever zijn. Het Pestbriefje is dan ook op deze aanpak gebaseerd en het heeft zich inmiddels voldoende bewezen. Helaas vinden leerkrachten dat zij het beter weten en daarom nemen ze intuïtieve maatregelen. Wat we zien is symptoombestrijding. De pesterij wordt niet gestopt maar de slachtoffers wordt geleerd met pesten om te gaan. Dit resulteert in allerlei leuke spelletjes. Maar het gaat nooit om wat men allemaal doet, het gaat om wat men niet doet!