Pesterijen en de modernisering

De computer is het wondermiddel voor het onderwijs. De ‘Steve Jobs School’ heeft te lang op zich laten wachten waardoor het onderwijs een grote achterstand heeft opgelopen. Maar is dat ook zo?

De techniek heeft het schoolboek overbodig gemaakt en de tablet doet zijn intrede in de klas. De ooit zo rijkelijk gevulde rugzak van de brugpieper is vervangen door het vederlichte venster naar de wereld. Huiswerk overschrijven is verleden tijd. Dit wordt tijdens de les draadloos gekopieerd en in het koeterwaals gescrambled door het heen-en-weer te halen met het <translate to Hagenees?>knopje. Als de docent deze snelstudeerder dreigt te ontmaskeren kan hij rekenen op een mailtje met de boodschap “Hey! Zis is f.*cking natuughkunde en not dutch want dat is toevallig wel me goeiste vak!”
De meester is niet meer benieuwd naar het antwoord op zijn vraag want de ingebouwde spraakherkenning doet een online controle op plagiaat en de leerling die altijd onderuitgezakt met twee handen het boek voor zich hield zit nu, in diezelfde houding, iedere misstap van de docent in real time up te loaden naar youtube. Overdreven? Echt niet. Studenten die zonder laptop de colleges volgen proberen voorin te gaan zitten omdat ze anders afgeleid worden door de online games en het getwitter van de medestudenten. En zij die nog ouderwets aantekeningen maken krijgen in de laatste minuut te horen dat de docent een powerpointje mailt.

 

 

 

Het mag niet omdat het niet mag
Alexander Klöpping liet een pen zien waarmee je door middel van steekwoorden de gesproken tekst kunt afluisteren. Ideaal voor studenten bij een hoorcollege, maar je mag geen audio- of video-opnames maken van een college. Daar was twintig jaar geleden nog wel een goede reden voor met de bandrecorders en super 8 filmcamera’s (met filmzon) maar tegenwoordig zit dit allemaal in zo’n klein mobieltje. En sterker nog, in dat apparaatje zit meer dan in de hele Library of Congres! Je kunt er werkelijk alles mee vinden, Beethoven-Pearl Jam, Rembrandt-Appel, Tolstoi-Heleen van Royen. Maar het mag niet. Het mag niet omdat de docenten niet weten wat ze er mee aan moeten. Toen de eerste calculators uitkwamen was het gemakkelijk, men maakte de sommen gewoon moeilijker. Mochten we eerst de getallen afronden, nu moet het met twaalf cijfers achter de komma!

 

De computer liet niet lang op zich wachten, de docent informatica wel!
De vooruitstrevende scholen kochten twee computers. Één voor de leraar wiskunde en één voor de leraar elektrotechniek. Deze probeerden (tevergeefs) één pagina voor te blijven op de leerling. Maar behalve de leerlingen was er eigenlijk niemand die er iets van begreep of wilde begrijpen. Ondanks dit begon de computer een steeds belangrijker plaats binnen het onderwijs in te nemen. De adjunct zag zijn kans schoon om het iets rustiger aan te doen want met ‘rostar’ kon je in een paar tellen het rooster voor de hele school maken terwijl je daar in vroeger tot aan de kerst mee bezig was. Het was een revolutie en het onderwijs stond er middenin. Er werden congressen gehouden en er kwamen heel veel projecten om de computer op een verantwoorde wijze in het onderwijs te integreren. Eigenlijk is daarvan niet één project echt gelukt want het vak dat zo mooi ‘informatietechnologie’ of IT werd genoemd bleek niet veel meer te zijn dan jezelf te bekwamen in de programmatuur van Microsoft. Maar dit was nog te overzien omdat het een jaarlijks terugkerend vak was. Dus de leerkracht meende nog steeds de touwtjes in handen te hebben vanwege een overwicht in vakkennis. Maar dit zou spoedig veranderen. In 1996 brak de eerste internetoorlog uit. Microsoft had de browser Internet Explorer als vast onderdeel in Windows95 ingebouwd. Dit tot grote woede van Netscape omdat Microsoft hierdoor het monopolie op het internet verkreeg. We weten allemaal hoe het afgelopen is, Microsoft verloor en werd marktleider, Netscape won en ging failliet. De docent IT was er blij mee want twee browsers gaf alleen maar meer werk. Wordperfect werd Word, Lotus 1-2-3 werd Excell enzovoorts, enzovoorts. Er kwamen leerboeken met de mooie titels: ‘… voor Dummies’ en er kwamen twee nieuwe bevolkingsgroepen, computerweduwen en de digibeten. Er ontstond zelfs een nieuwe taal, het ‘steenkolen Engels’. Kortom, heel interessant voor het ingesluimerde onderwijs want dit was de eerste grote verandering sinds er in Griekenland een streaker was opgepakt die maar steeds ‘Eureka’ riep.

 

Oude gewoonten noemt men nu basisvaardigheden.
Het bleef een paar jaar rustig en de leerkracht begon de achterstand op de leerling in te lopen. Maar toen! In het jaar 2000 startte Cu2, het latere Hyves, en het social network was geboren. Het aantal internetpagina’s in 2007 was ruim 10 miljard. Het onderwijs probeerde het nog bij te houden maar het lukte niet. Er kwamen teveel nieuwe toepassingen om lesmateriaal voor te maken. En toen in 2001 de smartphone zijn intrede deed was het hek van de dam. De lessen werden vervelend want alles wat de leerkracht wilde vertellen werd al met muziek en bewegende beelden op het internet uitgelegd. De muziekleraar gaf triangelles en de leerlingen zaten op de computer te componeren.

De wiskundeleraar is inmiddels zijn computer kwijt en terwijl hij de formule op de overhead-projector schrijft hebben de grafische rekenmachines van de leerlingen de interval al berekend. Ze weten niet wat het betekent maar ze kunnen het wel. Het onderwijs kan wel mee maar het wil niet mee. Het houdt vast aan oude gewoonten die nu basisvaardigheden worden genoemd. De school is jaren bezig om het kind te leren schrijven terwijl het dit allang kan op de computer. Is schrijven niet een kunstje geworden dat je alleen nodig hebt als je batterij leeg is?
Kinderen leren niet, ze onthouden voor het proefwerk van morgen. Daarna zijn ze het weer kwijt. Zoals Fons Jansen zei: ‘Als je slaagt ben je geheelonthouder!’
Het onderwijs moet voorbereiden op de maatschappij en wat het onderwijs nu doet is met moderne middelen oude koeien uit de sloot halen. Ga geen dingen aanleren die niet worden onthouden. Als zoveel mensen niet het vak uitoefenen waarvoor ze geleerd hebben dan mag de opleider zich wel eens achter de oren krabben. Een leerling kiest niet voor een studierichting maar voor een vakkenpakket waarmee het de meeste kans van slagen heeft. Het gaat niet om de interesse of het talent, het gaat om het cijfer.

 

Afhankelijk van een onbetrouwbare techniek
Vóór het digitale tijdperk lag de nadruk op kennis vergaren, nu ligt de nadruk op kennis opzoeken. Juist omdat die kennis heel eenvoudig te vinden is en er zelfs aanwijzingen worden gegeven om de kennis toe te passen zijn er miljoenen vakmensen in de vorm van: componisten, architecten, schrijvers, boekhouders et cetera, et cetera. Dankzij het internet stelt de patiënt de diagnose en koopt de medicatie in de online shop. Maar ook hier ligt het kwaad op de loer. Het digitale tijdperk is nog jong maar ondanks dit zijn we er allemaal afhankelijk van geworden. De gehele economie valt of staat met de betrouwbaarheid van de computer, terwijl dit de laatste decennia wel wat te wensen overliet. Inmiddels zijn er systemen gebouwd die wel betrouwbaar zijn maar waarvan de programmatuur het laat afweten. Er wordt op computers ingebroken vanwege falende beveiligingen en zodra het ene gat gedicht is blijkt er weer een nieuwe opengesprongen te zijn. Het lijkt moeilijker te zijn om een computer te beschermen dan een kruiwagentje op de maan te zetten. We versturen dagelijks miljarden dollars en Euro’s over het internet maar we kunnen er nog geen trein mee laten rijden en laten we het dan maar niet over de OV-chip hebben.

 

Niet meer onderwijzen, maar begeleiden
Het onderwijs moet gaan Twitteren en Facebooken en op LinkedIn meedoen met de handel in gebakken lucht. Want op de social media wordt 24/7 geluisterd naar iemand die niets te zeggen heeft. Als we zien hoeveel tijd er wordt verspild aan deze digitale theekransjes dan zijn die verplichte lesuren een lachertje. Trouwens, de meeste leerlingen hebben al meer belminuten dan lesuren. Het onderwijs is behoudend en misschien is dat maar goed ook. Er zijn al zoveel veranderingen geweest die op niets zijn uitgelopen dat het niet verrassend zal zijn als er ook nu niets van terechtkomt. Maar dat wil niet zeggen dat alles moet blijven zoals het nu is. De computer is de concurrent van de docent geworden. Hij heeft overal verstand van, weet de aandacht vast te houden, heeft zeer veel geduld en weet dingen op verschillende manier uit te leggen en je kunt nog met hem lachen ook. Je zou zeggen dat het de ideale leerkracht is, maar dat is niet zo. Er is namelijk iets dat alleen de leerkracht ons kan leren. En dat is nadenken! Want alleen door nadenken kunnen we leren op een verantwoorde wijze met de nieuwe technologie om te gaan. Maar ga kinderen geen rekenkunstjes leren als daar een apparaat voor is. Leer schrijven als de fijne motoriek dat aankan en gebruik tot dat moment een toetsenbord. Breng kinderen in contact met de maatschappij zodat er interesse wordt ontwikkeld en er een gerichte opleiding kan worden aangeboden. Als het grootste deel van het geleerde wordt vergeten door desinteresse dan is het onderwijs een bezigheidstherapie. En zoiets leidt tot verveling en verveling leidt tot wangedrag. Daarbij hoort niet alleen het wegpesten van de docent maar ook het op internet plaatsen van video’s. De computer, het mobieltje, de tablet, het zijn mooie apparaten en ze kunnen een enorme stimulans zijn voor het onderwijs maar dan moet de docent omscholen naar studiebegeleider.

 

3 thoughts on “Pesterijen en de modernisering

  1. Het onderwijs is behoudend, en dat is de bron van veel ellende:
    -leraren die zich amper nog voorbereiden, omdat het allemaal al in boekjes staat
    – leraren die het verrekken zich te verdiepen in het leven van hun leerlingen, die buiten de school wel wat meer te verstouwen krijgen dan die ellenlange (zeik-)verhalen van leraren
    – leraren die na hun eigen opleiding meteen zij n gestopt met verder na te denken en nog eens wat zinnige nastudie te doen
    – leerlingen die van volslagen verveling onder de bank hangen met hun mobieltje omdat er niemand wat zinnigs doet en niemand gezag uitstraalt
    – leerlingen die het helemaal hebben gehad met het oervervelende gebrek aan inspiratie van leraren die amper weten wat er de nieuwe dag gedaan moeten worden

    en zo wil ik nog wel even doorgaan.
    Vanuit de leerling gezien is het verhaal over de bloedstollende saaiheid van zijn dagelijks onderwijs minstens zo erg als wat hierboven geschilderd wordt. Alleen dat al is reden om hier eens een fors woordje mee te pesten, heren en dames docenten.

    1. Dat het onderwijs behoudend is hoeft niet per definitie verkeerd te zijn. Zeker niet wanneer je met ruim 16 miljoen ‘deskundigen’ te maken hebt. Uit eigen ervaring weet ik dat je het als docent altijd verkeerd doet. Leer je ze rekenen dan wordt er geklaagd dat ze niet kunnen timmeren en vice versa. Het onderwijs draagt de verantwoordelijkheid over de toekomst van kinderen. Het kan en mag niet met elke nieuwe wind meewaaien.
      Dat er meer aandacht moet komen voor het educatieve gebruik van de moderne communicatiemiddelen is bij het onderwijs allang bekend. Er zijn ook al projecten voor gestart maar het moet goed onderbouwd worden en dat kost tijd. En door de enorme snelheid waarmee de technologie zich ontwikkeld komt het onderwijs tijd tekort waardoor het lijkt alsof er niets gebeurt. Het is dan ook bijzonder jammer dat iemand zijn bekendheid gebruikt om als deskundig pionier het wiel uit te vinden. Er zijn scholen die al zo ver zijn met deze technologie dat deze meneer daar wel een paar lesjes mag gaan volgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Plaatsing alleen na goedkeuring! * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.