Pesten in België

Pesten onder schoolkinderen komt voornamelijk voor in de leeftijdsgroep van 6 tot 16 jaar. Er wordt het meest gepest op 12-13 jaar en de groep van 13-16 jaar is het meest gewelddadig. Pesten ontstaat als een kind ervan overtuigd is dat het zelfstandig genoeg is om zelf te beslissen wat het wil, kan en doet. Het accepteert geen vreemd gezag meer maar blijft meestal wel ontzag voor de ouder(s) hebben. Dit is een normale ontwikkeling maar bij enkele kinderen gaat dit mis, zij hebben begeleiding nodig want anders kunnen het pestkoppen worden.

Pesten gebeurt niet vrijwillig!

Ons brein moet zich op twee gebieden ontwikkelen, namelijk: de verstandelijke en de sociale. Als dit niet in balans is dan geeft dit een slim kind met weinig vriendschappen of een minder slim kind met veel vriendschappen. Het slimme kind blijft langer afhankelijk van de bescherming en aansturing van volwassenen dan het sociale kind. Als deze kinderen bij elkaar in dezelfde groep zitten dan kan dit tot pesten leiden.

Pesten wordt dus niet uitgelokt!

Pesten kan alleen gestopt worden door iemand die de pester overheerst. Sommigen denken dat dit met geweld moet gaan maar dit leidt meestal tot wraak. Psychologisch overwicht is veel effectiever en toont respect voor beide kinderen. Het is daarom zéér belangrijk dat de pesterij door een onafhankelijke partij wordt aangepakt zodat er geen verrader of verklikker is. Bovendien, geef de ouders van de pester de gelegenheid hun kind zelf te corrigeren.

Pesten moet gestopt worden door de ouders van de pester!

Pesten is een onrechtmatige daad. het veroorzaakt psychische, zaak- en/of letselschade. De Belgische Wet zegt hierover dat de aansprakelijke deze schade moet vergoeden. Dit is het middel om ouders van pesters eventueel te dwingen hun kind te laten stoppen met pesten. De belangrijkste artikelen hierin zijn:

Artikel 1382 BW

“Elke daad van de mens waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden.”

Artikel 1383 BW

“Ieder is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke hij door zijn daad, maar ook voor die welke hij door zijn nalatigheid of door zijn onvoorzichtigheid heeft veroorzaakt.”

De artikelen 1382 en 1383 van het burgerlijk wetboek bepalen dat hij die door zijn fout, nalatigheid of onvoorzichtigheid aan een ander schade veroorzaakt heeft , die schade moet vergoeden.

Het is noodzakelijk dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen deze fout, nalatigheid of onvoorzichtigheid, en de toegebrachte of veroorzaakte schade.

Artikel 1384 BW

“Men is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke men veroorzaakt door zijn eigen daad, maar ook voor die welke veroorzaakt wordt door de daad van personen voor wie men moet instaan, of van zaken die men onder zijn bewaring heeft.

De vader en de moeder zijn aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen.

De meesters en zij die anderen aanstellen, voor de schade door hun dienstboden en aangestelden veroorzaakt in de bediening waartoe zij hen gebezigd hebben.

De onderwijzers en de ambachtslieden, voor de schade door hun leerlingen en leerjongens veroorzaakt gedurende de tijd dat deze onder hun toezicht staan.

De hierboven geregelde aansprakelijkheid houdt op indien de ouders, onderwijzers en ambachtslieden bewijzen dat zij de daad welke tot die aansprakelijkheid aanleiding geeft, niet hebben kunnen beletten.”

 

 

Zie hier hoe dat het beste en het snelst kan.